Zorgklas

Op zoek naar een activiteit ?

ga kijken op :

bredeschoolmolenbeek.be

Veilig op internet – kleuters

Animatiefilmpje ‘Charlotte’ om met jouw kind te praten over ‘veilig op internet

https://www.youtube.com/watch?v=Uoh-YmNCn3U&list=UUeLTgN3i44Fcr6rERaN03fg&index=2&feature=plcp
 
Zie je iets raars op internet ?
Tu as vu quelque chose de bizarre sur internet ?
 

filmpje door Child focus Belgium

 

Externe partners

CLB Pieter-Breugel (Centrum voor leerlingenbegeleiding)

 mevr. Palma Semeraro 0490117657 (niet op woensdag)

 mevr. Sylvie Etien (niet op woensdag)

Opzichterstraat 84 

1080 Brussel 

https://www.vclb-pieterbreughel.be


Ken je het CLB niet ? Ga kijken op de website.  o.a. CLB in 7 vragen in 22 talen !

 

Melden via zorgoverleg – breed onderzoek (ouders-kind-school
-…)

Aanspreekpunt voor
ouders
– Zij bieden hulp bij alle vragen over schoolloopbaan van kind, het
leren en studeren, de preventieve gezondheidszorg, de sociaal-emotionele
ontwikkeling…

 

 

 

 

 

 

De school op pinterest.

Smocmolenbeek@gmail.com

Paloke79

 

 Antipestplan

Wat is het verschil tussen pesten, plagen en ruziemaken?
 
Wat is pesten?
We spreken over pesten als één of meerdere kinderen een ander kind meer dan eens en gedurende een langere periode, geestelijk of lichamelijk geweld aandoet, met de bedoeling de andere te kwetsen.  Bij pesten is er sprake van een machtsonevenwicht: de ene is altijd winnaar, de andere altijd verliezer.
 
Wat is plagen?
Plagen is van korte duur, het is onschuldig, het gebeurt spontaan en is speels.  Kinderen die elkaar plagen doen dat vaak om de beurt.  Nu eens plaagt de één dan weer de andere.  Als kinderen aangeven dat het niet leuk meer is, dan houdt het plagen op.  Af en toe geplaagd worden, daar moet je kind tegen kunnen.  Bij plagen blijft je kind opgenomen in de groep.
 
Wat is ruziemaken?
Zowel volwassenen als kinderen maken wel eens ruzie.  Ruziemaken hoort bij samenleven.  Je kan ruziemaken omdat je ergens niet akkoord mee gaat, omdat je van mening verschilt, omdat je toevallig hetzelfde of een andere kant uit wilt.  Als je ruzie maakt, zeg je soms dingen die niet zo bedoeld zijn en die harder aankomen dan verwacht.  Als dit gebeurt, heb je altijd de kans om je te verontschuldigen.  Na een ruzie is er steeds een kans tot verzoening.  Een ruzie goed afronden kan je je kind leren.
 
 
De preventiepiramide.

Brede, maatschappelijke context (politiek, sociaal, cultureel, ecologisch)
De brede, maatschappelijke context bestaat uit onze input vanuit de school, de gebouwen, de brede schoolomgeving…  Maar ook uit de kinderen en de leerkrachten elk met hun eigen cultuur, hun thuissituatie, socio-economische situatie… (“we werken hieraan” < antipestplan??)
 
 

1. Bevordering van het leefklimaat.

Ter bevordering van het leefklimaat proberen we te werken aan het welbevinden van iedere leerling en leerkracht op school.  Dit doen we door:
– Werken vanuit de leefwereld en interesses van de kinderen.
– Verschillende gebieden van muzische vorming aanspreken (elke leerling komt aan zijn trekken).
– Positieve, open sfeer.
– Spelmateriaal op de speelplaats.
– Verjaardag vieren: deze leerling staat eens in de belangstelling.
– Differentiatie tijdens de les en via contractwerk.
– Takenbord.
– Afspraken die zorgen voor een fijner leefklimaat.
– Tijd maken voor leerlingen die iets komen vertellen.
– Ouderparticipatie.
– Spelletjes aanleren aan ouders tijdens openklasmoment.
– Spelletjes aanleren (spelletjesnamiddag).
– Waakzaam zijn als leerkracht (o.a. van meidenvenijn).
– Rekening houden met de inbreng van de leerlingen.
– Spelmateriaal (updaten)
– Verjaardag vieren: deze leerling staat in de belangstelling.  Bij de kleutertjes is dit écht hun dag.  Ook bij grote    kinderen kan de verjaardag een manier zijn om de betrokkenheid en het welbevinden van de kinderen te vergroten.
– Enkele voorstellen: een koffer wordt vooraf meegegeven naar huis.  Het kind kan er iets leuks instoppen om er de dag nadien kort over te vertellen, iets mee doen.  (vb. muziekinstrument)
– Of het kind kan die dag beslissen welk spel er wordt gespeeld…
 
Pas op: Niet alle kinderen vinden dit fijn!  Bespreken met kind.  Binnen sommige godsdiensten (volgelingen van Jehovah, islamieten…) wordt er geen verjaardag gevierd.  Vooraf met ouders bespreken.
 
 

2. Algemene preventie

A. Veiligheid bieden, structuur

 
Basisregels speelplaats.
Zie bijlagen o.a. wanneer er gevoetbald mag worden en wanneer niet.  Actief bewaken is heel belangrijk!
In eerste instantie wordt in de klas aangeleerd hoe lln. conflicten en ruzies kunnen oplossen: door verschillende oplossingen te zoeken, door te praten met elkaar, door af te koelen, …  Hierbij is het belangrijk dat de persoon die op dat moment bewaakt, hier rekening meer houdt en ook toepast.  In tweede instantie kunnen de lln. terecht bij de “bewaker”.  Algemene afspraken hangen op.  Hiernaar refereren we als leerkracht.  Als school zeker begin schooljaar aandacht voor hebben.
 
Basisregels eetzaal.
Algemene regels in de refter opmaken (?) d.m.v. leerlingenparticipatie (volgend schooljaar via klasgesprek de lln. laten participeren/meedenken over regels in de eetzaal).
 
Basisregels klassen.
Bij deze afspraken en regels is de leerlingenparticipatie heel belangrijk.  De regels worden in de eerste week van september samen met de lln. besproken.  Hoe meer de leerlingen betrokken worden, hoe meer kans op slagen.  Wees zuinig met het aantal regels en/of afspraken (Het moet haalbaar blijven!)
Klasafspraken worden opgehangen.  (ook in kleuterklas, eventueel met picto’s)
 
Belangrijk: basisregels in verband met speelplaats en refter worden ook bekend gemaakt aan het personeel die de bewaking doet door de directie en/of zorgco.
 
 

B. Verdraagzaamheid en respect.

O.a. thema “Ik en de ander”, binnen andere thema’s wordt hieraan ook aandacht geschonken.  Rond dit thema worden verschillende acties georganiseerd en herhaald.  Respect voor iedereen en verschillende culturen vinden wij als school belangrijk.  Kinderen zijn vanuit zichzelf geïnteresseerd in de wereld van de ander.
 

C. Constructieve communicatiecultuur

Schoolintern
 
Een kernteam (directie, zorgcoördinator, …) zorgt ervoor dat relevante materie besproken wordt op de vergaderingen.  De leerkracht moet met deze informatie héél discreet omgaan.  We willen voorkomen dat we naar bepaalde kinderen vooroordelen hebben.  Ook de mensen van de bewaking dienen soms hiervan op de hoogte gebracht te worden.
 
Ouderbetrokkenheid
 
Als school proberen wij ouders te betrekken bij ons antipestplan en na te gaan in hoeverre zij op e hoogte zijn van onze visie.  Het uitgeschreven antipestplan kan steeds worden nagelezen op de website van onze school.  Het wordt eveneens aan het oudercomité voorgelegd.
 

D. Belonen en aanmoedigen

 
Onvoorwaardelijk positief naar de kinderen toe.  Ook goed gedrag benoemen!  Belonen kan, maar zoveel mogelijk monderling.
Pas op: duimpjes, stickertjes, … zijn reeds materiële beloningen.  Nagaan of de kinderen weten wanneer, waarvoor ze beloond worden.
 

E. Positief leren omgaan met ruzie

 
Bij de aanpak bij het oplossen van ruzies is het vooral belangrijk om te leren zelfstandig conflicten/ruzies op te lossen door:
– Luisteren.
– Praten.
– Oplossingen zoeken: met jonge kinderen of niet-sociaalvaardige kinderen helpen we nadenken of proberen we verschillende oplossingen aan te bieden.  Bijvoorbeeld: zou jij iets anders doen in plaats van slaan?  In de klas wordt geoefend aan de hand van rollenspel, videoclip, verhaaltjes, filosoferen, vlaggensysteem, …
Oudere kinderen zouden dit moeten kunnen zelfstandiger oplossen maar wordt wel nog herhaald in de klas.  Duidelijk verschil leren en hen laten aanvoelen tussen plagen en pesten.
– Afkoelen: bij afkoelen weten de kinderen dat dit geen straf is, maar achteraf wordt er tijd vrijgemaakt om met de verschillende partijen te praten.  Duur: 1 minuut per leeftijd.
 
Bijkomende moeilijkheid komt door de gebrekkige kennis van de Nederlandse taal.  De kinderen kunnen zich onvoldoende uitdrukken.  Rechtstreekse gevolgen hiervan zijn dat de kinderen vaak langer lichaamstaal (bv. slaan, trekken) gebruiken.  Bij het uitpraten en naar oplossingen zoeken verloopt alles nogal stroef.
 
Vanaf schooljaar 2013-2014 wordt er een praatbankej geïntroduceerd.  (dit kan dienen om de ruzies te bespreken).
 
Bij deze methode kunnen de kinderen van de derde graad ingeschakeld worden.  Ze kunnen helpen ruzies oplossen.  Hen moet ook wel aangeleerd worden hoe ze kunnen helpen.
 
Bespreken: Ruzies en conflicten worden met de klastitularis, de leerkracht op de speelplaats besproken.  Indien nodig wordt de zorgcoördinatoe en/of directie betrokken.
Er wordt regelmatig een herstelcontract gegeven.  (zie herstelcontract)  Gesprek na herstelcontract/ruzie is belangrijk.  Hier opteren we voor een herstelgerichte aanpak:
Respect voor jezelf, voor de ander en voor de omgeving.
 
WAT IS ER GEBEURD?
Hoe voelde je je?
Wat dacht je toen en wat vind je er nu van?
Wie is er benadeeld, en hoe?
Hoe ga je dit herstellen?  Wat is er nodig om dit te herstellen?
Belangrijk: de gevoelens die je hebt zijn OK.  Je mag boos, verdrietig, angstig… zijn.  Je gedrag was niet OK.
 

F. Werken aan sociale vaardigheden

 
– dagdagelijks
– regelmatig herhalen
-thema “Ik en de ander”
– antipestweek
– durven nee/stop zeggen, rollenspellen, videoclips bekijken, bepaalde elementen aanpakken binnen lessen.
 

3. Specifieke preventie.

– Vlaamse week tegen pesten, Move tegen pesten, Beertje Anders, buttons/bandjes, armbandjes, …
– Specifieke aanpak bij kleuters: kleuters kennen nog een “pesten”.  Er wordt wel aandacht besteed aan de manier van ruzie maken, stout zijn, pijn doen, doos vol gevoelens, …
 

4. Probleemaanpak

NO BLAME en HERGO zijn twee mogelijke methodieken met elk een eigen filosofie.  Als er genoeg draagvlak is voor een niet-sanctionerende aanpak als NO BLAME wordt voor deze gekozen.  Voor HERGO moet de nodige knowhow aanwezig zijn.
 
NO BLAME
De belangrijkste boodschap bij de NO BLAME-aanpak is “vriendelijk maar kordaat zeggen dat het pesten moet stoppen”.  Pesten is een groepsprobleem.  Feiten zijn niet het belangrijkst, wel de gevoelens van het slachtoffer.  Alleen als het slachtoffer akkoord gaat met een straffeloze aanpak, is het zinvol.  Het proces verloop in 7 stappen:
 
1. PRATEN met het slachtoffer over zijn GEVOELENS en de namen vragen van de pesters.  Fieten zijn niet belangrijk.  Het slachtoffer knutselt, tekent, schrijft vervolgens iets voer zijn gevoelens.  Er wordt gevraagd aan het slachtoffer welke kinderen hij/zij toch nog beschouwd als zijn/haar vriend(in).
2. Een zestal pesters, meelopers, stille getuigen en “behulpzame leerlingen” bij elkeaar brengen.  De leraar vertegenwoordigt zelf het slachtoffer.
3. In een gesprek wordt aan deze GROEP uitgelegd wie zich slecht voelt in de klas en waarom.  Het ellendige gevoel wordt concreet met het werkstukje uit stap 1. Details, feiten, beschuldigingen komen NIET aan bod.
4. Benadrukken dat er geen straffen volgen.  De groep is enkel bijeen om het probleem op te lossen.  Zij zijn SAMEN VERANTWOORDELIJK voor een beter gevoel bij het slachtoffer.
5. De groep formuleert VOORSTELLEN: iedereen doet dat in de ik-vorm.  “Ik zal niets doen, ik zal hem/haar met rust laten” is ook een waardevol voorstel.  Geen enkel idee komt van de leraar!
6. De groep voert in de volgende week de voorstellen uit.
7. Na een week spreekt de leraar elk kind op nieuw, nu APART.  Het slachtoffer komt EERST en verteld hoe die week verlopen is.  Als het pesten niet gestopt is, wordt een nieuwe GROEPSBIJEENKOMST gepland.  Eventueel met een andere samenstelling.
 
HERGO
HERGO staat voor HERstelgericht GroepsOverleg.  Dader(s), slachtoffer(s) en hun steunfiguren (ouders, vrienden) gaan met een neutrale hergo-deskundige op zoek naar manieren om de schade te herstellen.  Voorwaarde is dat de dader erkent dat hij in de fout gegaan is.  HERGO is geschikt voor ernstige incidenten en verloopt als volgt:
1. Tijdens voorbereidende gesprekken gaat de bemiddelaar na of de VOORWAARDEN voor HERGO voldaan zijn.  Hij legt de bedoeling en het verloop uit aan al de deelnemers.
2. Bij de start krijgt elke partij de kans om HUN AANDEEL in het incident te verduidelijken.  Ook de gedachten en gevoelens die erbij hoorden.
3. De deelnemers zoeken samen een PLAN om de schade ter herstellen: ze maken afspraken, ook over wie toeziet op de uitvoering van het plan.
4. De moderator zet de afspraken p papier en alle deelnemers ondertekenen het HERSTELPLAN.
5. Bij een AFSLUITEND hapje en drankje krijgt INFORMEEL CONTACT een kans.
 
Er kan een straf opgelegd worden.  Zoeken naar een passende straf.
Bijvoorbeeld: brief schrijven, tekening maken, film- of boekbespreking over dit thema.
Doel van de straf is het corrigeren van het gedrag.
De straf wordt liefst door een andere persoon gegeven dan wie de no-blame/hergo -gesprekken doet.
Deze probleemaanpak is er enkel voor echt”pestgedrag”.
Deze aanpak wordt in overleg met de leerkracht door het zorgteam uitgevoerd.
CLB wordt betrokken.  Ouders betrekken (zie volgend punt).
 
Ouderbetrokkenheid.
 
Via de nieuwsbrief geeft de school af en toe pedagogische informatie mee.  Maandelijks krijgen ouders via de kinderen “Klasse voor ouders”, waar ouders nuttige informatie over dit thema kunnen lezen.  Ouders kunnen het antipestplan lezen op de scholsite.  In het schoolreglement wordt verwezen naar het antipestplan.
 
1. De school communiceert via de schoolagenda.  Wij proberen snel in te grijpen.  De Leerkracht zal vooraf reeds (vele) scheefgetrokken situaties recht proberen te krijgen.  Bij ruzies of vermoeden van langduriger plagen, kunnen de betrokken kinderen een herstelcontract krijgen.  Dit moeten ze, liefst samen met de ouder(s), invullen.  Ouders dienen dit te ondertekenen.
 
Bij probleemgedrag worden de ouder(s) uitgenodigd op school door de klastitularis, de zorgcoördinator en/of de directie.  Ook de ouders van de meelopers kunnen uitgenodigd worden.  De school zal de situatie professioneel bespreken met de betrokkenen.  Wij vragen aan de ouders discretie.  Wij hopen dat de betrokkenen in de deskundigheid van de school vertrouwt want wij nemen dergelijke situaties serieus.
De school zal verwijzen naar het antipestplan.  (Is de aanpak no-blame en/of Hergo (herstelcontract) duidelijk?)
De school zal ervoor zorgen dat de pester zichzelf verantwoordelijk voelt, het kan goed maken.  De school zal nadenken over een gepast denkstraf.
Indien nodig kunnen zowel de school als de ouder(s) beroep doen op het CLB.  De school vraagt mondeling of de ouder(s) hiermee akkoord gaan.  Wij vragen aan de ouders zich NIET rechtstreeks tot de pester of de ouders van de pester te richten.  De school is de eerste partner.
 
De ouders van het slachtoffer kunnen doorgestuurd worden naar externe centra waar kinderen professionele hulp kunnen krijgen.  Door een groepstraining op o.a. assertiviteit te volgen of individuele begeleiding te krijgen.
Het CLB of je huisdokter kunnen je doorverwijzen.  Als ouder van de pester kunt u eveneens terecht bij CLB of deze professionele centra.
 
2.Indien je als ouder(s) zelf vermoeden hebt dat jouw kind slachtoffer is, kunnen jullie op school terecht bij zowel de klastitularis, de zorgcoördinator, SES-leerkracht en/of de directie.  Luister naar jouw kind.  Probeer je eigen angsten en frustratie aan de kant te zetten.  Praat met jouw kind.  Leer het relativeren.  Wie zelfvertrouwen heeft, maakt minder kans om gepest te worden.  Maak een afspraak.  Blijf om hulp vragen.  Verzamel bewijsmateriaal dat aantoont hoe ernstig de situatie is.  Stap NOOIT naar de pester of zijn ouders zelf.  Je dreigt het voor je kind alleen maar erger te maken.
 
Als de school niet kan of wil doen, kan je het CLB om hulp vragen.
CLB tel. 02.512.30.05
 
Bemerking: meisjes pakken pesten dikwijls subtieler aan dan jongens.  Ze roddelen, zijn de ene dag vriendinnen en de andere dag negeren ze elkaar.  Dikwijls is één meisje de baas, als een koningin.  Andere meisjes zijn meelopers die de situatie vaak ook niet leuk vinden maar meedoen uit angst.  Stimuleer jouw dochter om er met hen over te praten.  Met gebundelde krachten kunnen ze misschien iets aan de situatie veranderen.
 
De laatste jaren stopt het pesten niet aan de schoolpoort.  Jongeren doen soms aan cyberpesten.  Kinderen krijgen op school les over de gevaren van de computer.  Maar hier draag jij ook als ouder jouw verantwoordelijkheid.
Tips:
– praat met jouw kind over de gevaren
– zorg dat je de vrienden van jouw kind kent
– nodig ze uit bij jou thuis
– beperk de tijd dat kinderen op facebook kunnen
– de minimumleeftijd om op facebook te gaan is 13 jaar
– zorg voor een zekere controle maar toon vertrouwen.  Plaats de computer in de woonkamer (en niet op hun kamer)
 
Indien jouw kind slachtoffer is van cyberpesten dan kan je een melding doen bij de E-cops (op www.ecops.be)
 
Indien het pesten ondanks alle inzet zich later herhaalt, kan de school overgaan tot een tuchtprocedure.